De benodigde hoeveelheid ophoogzand voor bestrating is de oppervlakte in vierkante meters vermenigvuldigd met de geplande dikte van het zandbed in meters. De uitkomst is een inhoud in kubieke meters. Welke dikte je nodig hebt, hangt af van de ondergrond, het bestratingsmateriaal en de belasting; puinfundering, straatlaag en voegen tel je niet bij het ophoogzand op.

Hoe reken je uit hoeveel zand je nodig hebt?

Vermenigvuldig eerst de lengte met de breedte en daarna de uitkomst met de geplande laagdikte, alle drie in meters: lengte × breedte × laagdikte = inhoud in m³. Dat is dezelfde inhoudsberekening als voor een balk, waarbij de laagdikte de hoogte is.

Reken iedere materiaallaag apart. De ophoogzandlaag levert één uitkomst op; voor een aparte straatlaag gebruik je dezelfde formule met haar eigen dikte en materiaal. Zo bestel je niet per ongeluk ophoogzand voor een laag die uit split of puin bestaat.

Hoeveel m³ zand heb je per m² bestrating nodig?

Per vierkante meter is het benodigde volume gelijk aan de laagdikte in meters. Een laag van 10 centimeter komt dus uit op 0,10 m³ per m²; bij 20 centimeter is dat 0,20 m³ per m². Deze getallen volgen uit de volumeberekening en beschrijven de geplande laag, niet een eventuele extra bestelhoeveelheid voor verdichting.

Hoeveel zand heb je nodig voor een terras van 6 bij 4 meter?

Een terras van 6 bij 4 meter beslaat 24 m². Kies je in dit rekenvoorbeeld een zandbed van 20 centimeter, dan is de inhoud 24 × 0,20 = 4,8 m³. Een afzonderlijke laag van 5 centimeter over hetzelfde oppervlak komt uit op 24 × 0,05 = 1,2 m³. Beide uitkomsten volgen uit dezelfde inhoudsformule; de gekozen diktes zijn geen algemeen voorschrift voor terrassen.

Houd die 1,2 m³ apart als de bovenste laag uit een ander materiaal bestaat. De opbouw van straatwerk onderscheidt immers de straatlaag van het zandbed eronder.

Hoe dik moet de zandlaag onder een terras of tuinpad zijn?

De laagdikte volgt niet alleen uit het oppervlak. Voor gebakken bestrating noemt het verwerkingsadvies van Bricks and Stones een zandbed van minimaal 20 tot 30 centimeter, met daarboven een afzonderlijke laag splitzand van 3 tot 5 centimeter. Gebruik de dikte van het zandbed voor je berekening van het ophoogzand, niet de som van beide lagen.

Bij een voetpad met gebakken bestrating is volgens dat advies een onderlaag van ophoogzand meestal voldoende. Een zwakke ondergrond kan juist een zwaardere of dikkere fundering vragen. De maat voor gebakken bestrating is daarom geen dikte die je zonder meer op ieder terras of tuinpad toepast.

Hoeveel zand moet onder bestrating op een oprit?

Op een oprit bereken je alleen het zand dat daadwerkelijk in de gekozen opbouw zit. Voor een oprit met gebakken bestrating beschrijft Bricks and Stones grove steenslag of gebroken puin als onderlaag, met daarop straatzand. De puinlaag is geen ophoogzand, ook al neemt die een groot deel van de uit te vullen diepte in.

Bij zware belasting vraagt straatwerk om een stijvere fundering; ondergrond en verwachte belasting tellen mee bij de keuze, aldus KOMO-BRL 9334-02. Ook het bestratingsmateriaal verandert de rekensom. Voor 3 centimeter dikke keramische tegels beschrijft Bricks and Stones bijvoorbeeld een puinbaan van circa 20 tot 40 centimeter, afhankelijk van de bodem, met daarop circa 5 centimeter grof zand als bestratingslaag. Reken die zandlaag afzonderlijk uit en behandel de puinbaan als een andere bestelling. Voor 2 centimeter dikke keramische tegels op een oprit schrijft hetzelfde voorschrift een gebonden toepassing voor; daarvoor kun je dus niet zomaar een losse zandopbouw overnemen.

Welk zand onder bestrating?

De plek in de constructie bepaalt welk zand je nodig hebt. Het zandbed onder de straatlaag heeft een andere functie dan het materiaal waarop de stenen of tegels direct worden gelegd. Voor die straatlaag noemt KOMO-BRL 9334-02 onder meer straatzand, brekerzand, split en gestabiliseerd zand.

Voor gebakken bestrating adviseert Bricks and Stones kalkvrij ophoog- en straatzand. Koop dus niet uitsluitend op basis van de aanduiding ‘zand’: controleer voor welke laag je het bestelt en of het past bij je bestrating en fundering.

Wat is het verschil tussen ophoogzand, straatzand en splitzand in de opbouw?

Ophoogzand gebruik je voor het geplande zandbed. Daarboven komt de straatlaag waarop je de bestrating aanbrengt; straatzand is een van de materialen die daarvoor kunnen worden gebruikt. Bij gebakken bestrating adviseert Bricks and Stones splitzand boven het zandbed voor een goede doorwatering.

Een straatlaag is geen manier om een te dun zandbed alsnog met hetzelfde materiaal ‘aan te vullen’. KOMO-BRL 9334-02 noemt voor de straatlaag een dikte van ten minste 40 millimeter en op funderingen ten hoogste 70 millimeter straatzand. Leg de dikte en het materiaal per laag vast voordat je de volumes optelt tot een bestelling.

Hoe houd je bij het bestellen rekening met inklinken?

Begin met de inhoud van het zandbed op de gewenste eindhoogte. Dat berekende volume is niet automatisch gelijk aan de hoeveelheid los geleverd zand: bij het verdichten worden de holle ruimten tussen de korrels kleiner, zoals CROW uitlegt. Bricks and Stones wijst er bovendien op dat een funderingslaag kan inklinken en adviseert daarvoor een trilmachine.

Houd de berekende laaginhoud daarom gescheiden van de uiteindelijke bestelhoeveelheid. Geef bij het bestellen de gewenste eindhoogte, de laagdikte, de ondergrond en de manier van verdichten door. Een vaste extra hoeveelheid zonder die gegevens maakt de berekening niet nauwkeuriger.

Moet ik zand aantrillen of inwateren?

Het zandbed moet voldoende worden verdicht; alleen inwateren vervangt dat werk niet. Een trilplaat wordt volgens CROW vooral op kleinere oppervlakken ingezet, en het vochtgehalte van het materiaal beïnvloedt de verdichting. Voor gebakken bestrating adviseert Bricks and Stones een trilmachine voor de funderingslaag.

Inwateren heeft ook een andere plaats in het werk. Volgens KOMO-BRL 9334-02 wordt straatwerk na het bezanden en invegen ingetrild; blijven de voegen dan onvolledig gevuld, dan volgt inwassen. Dat gaat over de voegen nadat de bestrating ligt, niet over het overslaan van de verdichting van het zandbed.

Welk zand gebruiken om te voegen?

Voor ongebonden voegen noemt KOMO-BRL 9334-02 straatzand of brekerzand; bij verbrede voegen is ook steenslag een mogelijkheid. Voegmateriaal bestel je afzonderlijk van ophoogzand, omdat het niet in het zandbed terechtkomt.

Stem de voeg af op de straatlaag en fundering als waterdoorlatendheid of waterdichtheid van belang is. Welke voeg je ook kiest, de voegen moeten volledig gevuld zijn volgens dezelfde richtlijn. Milieu Centraal noemt waterdoorlatend onkruidwerend voegmiddel als alternatief voor zand tussen klinkers.

Hoe zorg je ervoor dat regenwater wegloopt bij het aanleggen van het zandbed?

Laat het zandbed en de straatlaag het geplande afschot van de bestrating volgen, richting tuin of afvoer. Het oppervlak van de afgewerkte straatlaag moet volgens CROW aansluiten op het profiel van de toekomstige bestrating. Bouw de helling dus niet pas op door de straatlaag plaatselijk veel dikker te maken.

Voor gebakken bestrating noemt Bricks and Stones 1 centimeter afschot per strekkende meter. Bij plassen op een terras adviseert Vereniging Eigen Huis ongeveer 2 centimeter per meter richting tuin of afvoer; verkeerd afschot of gebrekkige afvoer kan plassen veroorzaken. Kies het profiel voor jouw situatie voordat je de eindhoogtes en laagdiktes vastlegt.

Het ophoogzandvolume hoort bij één laag in de opbouw

Welke laagdikte passend is, hangt af van ondergrond, bestratingsmateriaal en belasting; puinfundering, straatlaag en voegmateriaal hebben ieder hun eigen plaats en berekening. Met de gewenste eindhoogte en die opbouw per laag vastgelegd, kun je de berekende volumes als uitgangspunt voor de levering gebruiken en verdichting afzonderlijk meenemen.

Gerelateerde artikelen